Wat is effectief leren
en hoe dat je dat?
Alles valt en staat met een actieve leerhouding. Hoe actiever je bent tijdens de les, hoe makkelijker het leren thuis gaat.
Als je een actieve leerhouding aanneemt in de klas, helpt dit om de informatie goed binnen te laten komen en te begrijpen. Als je de lesstof namelijk niet begrijpt, zal het je ook niet lukken om de informatie te onthouden en toe te passen tijdens de toets.
Effectief leren betekent dat je leert op een manier die echt resultaat oplevert. Eindeloos een tekst lezen heeft bijvoorbeeld helemaal geen zin.
Ik vertel je hier wat wel werkt. Wil je meer weten over deze effectieve leerstrategieën? Meld je dan aan voor de training ‘Leren op het VO’ of maak gebruik van de begeleiding van Monique als je nu al op het voortgezet zit.
Checklist actieve werkhouding
- Ik heb mijn boeken mee en zorg ervoor dat ik de juiste spullen op tafel heb liggen.
- Ik richt mijn aandacht op het verhaal van de docent.
- Ik maak aantekeningen tijdens de les.
- Ik denk na over de lesstof en stel een vraag als ik iets niet begrijp.
- Ik laat me niet afleiden door anderen.

Woordjes en begrippen leren
Woordjes en begrippen leer je echt goed uit je hoofd als je veel herhaalt.
Door meerdere, korte leersessies in te plannen, sla je de betekenissen op in je lange termijngeheugen.
Tips om woordjes te leren
- Gebruik flashcards
Flashcards zijn papieren kaartjes die je aan twee kanten kunt beschrijven. Aan de ene kant schrijf je het begrip of definitie en aan de andere de betekenis.
Als je woordjes leert schrijf je aan de ene kant het woord in de taal die je moet leren en aan de andere kant de Nederlandse vertaling.
Er bestaan ook uitwisbare flashcards die je kunt hergebruiken. Fijn als je lekker duurzaam bezig wil zijn! Als je de flashcards beschreven hebt, dan kun je starten met leren.
• Je leest het woord op het kaartje en probeert in je hoofd de vertaling te geven.
• Je checkt op de achterkant van het kaartje het juiste antwoord.
• Kaartjes van woorden die je na een paar leersessies al goed kent, doe in een apart bakje. Zo focus je je op de woordjes die nog niet goed in je hoofd zitten.
• Pak na een paar dagen de woordjes uit het ‘deze woordjes ken ik al’ bakje erbij om te controleren of je de woorden/begrippen nog steeds kent. Als je toch iets vergeten bent, dan doe je de kaartjes weer bij de stapel ‘deze woordjes moet ik nog leren’.
• Plan minimaal 3 leersessies; je brein heeft deze herhalingen nodig om de woordjes goed op te slaan in je langetermijngeheugen.
- Maak gebruik van apps om woordjes te leren.
Er bestaan heel veel verschillende apps om woordjes mee te leren. De meeste kun je gratis gebruiken. Op veel van deze apps kun je de methode invoeren die jouw school gebruikt en staan de woordlijsten al ingevoerd. Dit scheelt je veel tijd!
Tijdens de les heb je kennisgemaakt met deze handige apps. Neem even goed de tijd om te kijken welke app je het fijnst vindt werken. - Gebruik verschillende methoden door elkaar.
Als je afwisselt door op verschillende manieren te leren, houd je het niet alleen leuk voor jezelf, maar je brein wordt hier ook blij van! Deze afwisseling zorgt er namelijk voor dat je de woorden of begrippen beter gaat onthouden. - Maak gebruik van ezelsbruggetjes, woordtekeningen en woordcategorieën.
Je onthoudt woorden en begrippen beter als je er actief mee aan de slag gaat. Door na te denken over ezelsbruggetjes, de woorden uit te tekenen of te groeperen in categorieën zoals kleuren, dagen van de week, voorzetsels, dieren, etcetera, sla je woorden makkelijker op in je geheugen. Je laat namelijk je linker- en rechterhersenhelft samenwerken. - Herhalen, herhalen, herhalen.
Hoe meer je herhaalt, hoe beter en sneller je de woorden of begrippen terug kunt halen uit je langetermijngeheugen.
En dat is ook superhandig als de woorden en begrippen op een andere manier in de les of tijdens een toets terugkomen.

Mindmappen
Een mindmap is een samenvatting maken van de lesstof op een creatieve manier. Doordat je heel goed moet nadenken over wat je in je mindmap wil zetten en de manier waarop je dat wil doen, ben je bezig met actief leren. Hierdoor onthoud je de leerstof veel beter. Ook laat je beide hersenhelften goed samenwerken als je gaat mindmappen.
Als je een mindmap wil maken is het belangrijk om eerst alle informatie aandachtig door te lezen. Je moet namelijk goed nadenken over wat hoofdzaken zijn en welke details belangrijk zijn voor je mindmap.
Een mindmap helpt je vooral bij het leren voor vakken als Aardrijkskunde, biologie en geschiedenis, maar kun je ook gebruiken bij vakken zoals Levensbeschouwing en Economie.
Zodra je je mindmap hebt gemaakt, kun je ermee gaan leren.
Kijk er goed naar en vertel jezelf per tak het hele verhaal dat je hebt onthouden uit het lesboek over het onderwerp. Zie het als een spiekbrief die je gebruikt als je een presentatie moet houden. Als je niet meer weet welke informatie bij een bepaalde tak hoort, dan ga je weer op zoek in het boek, of moet je misschien nog wat meer informatie in je mindmap schrijven.
De 6Q methode
Deze methode laat je steeds nadenken over 6 vragen. (six questions method).
- Wie (over wie gaat de tekst, wat zijn de belangrijkste personen?)
- Wat (wat gebeurt er? Wat is er aan de hand?)
- Waar (waar gebeurt het? Denk aan locaties in de geschiedenis, landen, maar ook bijvoorbeeld een plaats in een machine of een organisme)
- Wanneer (op welk tijdstip? Welk jaartal? Denk ook aan oorzaak en gevolg. Als er dit gebeurt, dan….)
- Waarom (waarom vond/vindt iets plaats. Denk ook weer aan oorzaak en gevolg.
- Hoe (kun je beschrijven wat er precies gebeurt of gebeurde?)
Door deze vragen over de lesstof voor jezelf te beantwoorden, ben je bezig met actief leren. Uit onderzoek is gebleken dat actief leren ervoor zorgt dat je de lesstof beter onthoudt. Leerlingen die actief met de lesstof bezig zijn, halen hogere cijfers. En wie wil dat nu niet?
Oefenen, oefenen en nog eens oefenen…..
Leren voor wiskunde, scheikunde en natuurkunde gaat net even anders dan voor de hierboven beschreven vakken. Bij vakken waar sommen, formules en uitwerkingen maken een grote rol spelen, moet je het leren anders aanpakken.
Je neemt de volgende stappen:
- Bekijk de leerdoelen van de te leren lesstof. Zijn er begrippen die je moet weten? Is er een theoriedeel? Als dat zo is, dan kun je voor dit deel dezelfde leerstrategie toepassen als die je gebruikt bij AK, BIO, GS en LV.
- Kijk welke formules of begrippen je moet kennen. Kun je flashcards gebruiken?
- Plan oefentijd in om te oefenen met bewerkingen, sommen en formules.
- Ook hier is herhaling belangrijk. Hoe meer je herhaalt, hoe beter je de lesstof gaat beheersen.
- Analyseer je foute antwoorden tijdens het oefenen. Welke stappen heb je doorlopen?
